Willem Bilderdijk (1756-1831)


Zielzucht




Zo de wijsheid
Aan de grijsheid
Waar verknocht,
En de ervaring
Zielsopklaring
Schenken mocht;
'k Zou de dagen
Niet beklagen
Vol van pijn,
Die me een leven
Heeft gegeven,
Dat me moest tot leerschool zijn.

Maar, o Hemel!
In 't gewemel
En gewoel
Rondgedreven
Door een leven
Zonder doel;
Prooi der stormen;
Aas der wormen;
As van stof;
Heb ik 't leven
Weg zien zweven
Als een boomblad in de hof.

Wat 's de blinden
't Ondervinden
Van het licht,
Zo 't zijn stralen
Onder 't dwalen
Op hen richt?
't Geeft hunn' ogen
Geen vermogen
Om te zien;
't Zijn de handen
Aan de wanden,
Die hun bijstand moeten biên.

Op U hopend
Die 't ons opent,
Bleef 't gezicht
In dit duister
Naar Uw luister
Heengericht;
Maar - wat zag ik?
Wat vermag ik,
't Graf ten buit!
Blind geboren
Is 't verloren
Zo Gij 't oog mij niet ontsluit.

Immer droever
Thans op d' oever
Van het graf,
Onder 't breken
Van de weke
Wandelstaf,
Strek ik de armen
Onder 't kermen
t' Uwaart heen!
Zij me in 't donker
Slechts één flonker
Van uw heilzon afgebeên!




 

De spelling van de tekst is aangepast; y werd ij, het woord 'thands' staat zonder d, ee en oo in open lettergreep werden e en o, het woord 'asch' werd as. De oude buigings-n is weggelaten (tweemaal: in den hof en van den weken wandelstaf). Zonder vreemdsoortige spelling is het gedicht moeilijk genoeg.

Als de wijsheid aan de grijsheid waar verknocht  betekent: als de wijsheid met gevorderde leeftijd samenging. Het woord waar  in deze zin is de verkorte vorm van ware, de oude conjunctief onvoltooid verleden tijd van het werkwoord zijn.  De zin betekent dus: als de wijsheid aan de grijheid gebonden was; verknocht  is het verleden deelwoord van een oud werkwoord 'verknopen', 'vastbinden aan'.
Zielsopklaring  is een neologisme van Bilderdijk. De betekenis is wel duidelijk: opklaring van de ziel, inzicht, verheffing.
Wat 's de blinden / 't Ondervinden / Van het licht... Hier is de blinden  een datief meervoud (Bilderdijk schreef: den blinden) met in dit geval de betekenis 'voor de blinden'. 'Wat is voor de blinden het ondervinden, het waarnemen van het licht', Zo 't zijn stralen / Onder 't dwalen / Op hen richt?  wat hier wil zeggen 'wanneer ze toevallig door het licht worden beschenen'.
't Zijn de handen / Aan de wanden, / Die hun bijstand moeten biên.  Bedoeld is dat blinden met hun handen langs de wanden tasten, 'het zijn de handen aan de wanden die aan de blinden bijstand moeten bieden'. Hun  is hier geen bezittelijk maar een persoonlijk voornaamwoord, datief meervoud, 'aan hen' = aan de blinden. Het woord biên  is samengetrokken vorm voor 'bieden'.
Op U hopend / Die 't ons opent, Bleef 't gezicht... Bilderdijk schrijft vaak zeer bondig, wat de verstaanbaarheid bemoeilijkt. Onderwerp van de zin is 'het gezicht' hier in de betekenis van 'het gezichtsvermogen': 'Hopend op U die ons het gezichtsvermogen opent, bleef het gezichtsvermogen in het duister naar uw luister heen gericht'.
Wat vermag ik, / 't Graf ten buit!  'Wat vermag ik, die de buit van het graf ben', die sterfelijk ben.
Blind geboren / Is 't verloren / Zo Gij 't oog mij niet ontsluit.  Die 't   van is 't verloren is 'het gezichtsvermogen'. 'Als ik blind ben geboren is mijn gezichtvermogen verloren indien Gij mijn ogen niet ontsluit.' Vermoedelijk is dit een zinspeling op de genezing van de blindgeborene door Jezus (Joh 9).
Met d' oever / van het graf  is natuurlijk de rand van het graf bedoeld.
Onder 't breken / Van de weke / Wandelstaf   is een beeld dat het verliezen van alle steun aanduidt. Wie oud is en op een stok steunt die breekt...
Afgebeên  is samengetrokken vorm voor 'afgebeden', 'afgesmeekt'. Dergelijke vormen waren gebruikelijk in literaire taal. Dat kon tot grappige uitspraak leiden zoals in het avondgebedje voor kinderen dat begon met: Beidt, eng'len, in mijn ben!.  De vorm beidt  was imperatief meervoud van het werkwoord 'beiden', dat 'verblijven' betekent; ben  zijn 'beden', 'gebeden'. Wie het luidop zegt, hoort duidelijk wat anders.

Een paar keer schiet Bilderdijk met romantisch geweld op de loop. Het was erg in trek zijn gevoelens in overdreven beeldspraak en heftigheid weer te geven. Prooi der stormen; / Aas der wormen; / As van stof;  en Maar - wat zag ik? / Wat vermag ik, / 't Graf ten buit!  zijn daarvan twee 'prachtige' voorbeelden.

Het rijm en de korte versregels dwongen Bilderdijk tot literaire huzarenstukjes om zijn gedicht binnen maat, rijm en regel te houden. In dit gedicht blijft alles nog binnen de perken.
Voor wie met de vorm een beetje vertrouwd raakt, is dit gedicht naar de inhoud een sterk doorleefd, intens menselijk smeekgebed.


Aanklacht

Op Bilderdyk Zielzucht vindt u dit gedicht in de oude spelling. Erg is dat niet. Ergerlijk is wel dat het met grove fouten wordt geciteerd. Zo is zonder meer een versregel weggelaten: onder 't dwalen. Bovendien staat er de dwaasheid Op u hopend die ons opent. Veel dommer kan het niet.
Herhaalde opmerkingen aan het opgegeven contactadres bleven zonder antwoord of gevolg. De tekst staat met al zijn fouten sinds 1997 op die pagina. Schande is dat.
Nog grotere schande is het dat die J.R. van Wijk tientallen teksten op het internet heeft gestort waarvan nauwelijks n tekst zonder grove fouten of verbasteringen. Zijn behandeling van Vondels teksten is wraakroepend.


  Dr. Fa Claes
Terug naar Index